naar de openingspagina naar het dorp

an Boer werd op 8 juli 1899 geboren in het kleine wierdedorpje Rottum, dat zo'n vijfentwintig kilometer ten noorden van de stad Groningen ligt. De ouders van Jan Boer - Hiepke Hendrikus Boer (1870-1934), geboren in Oldehove en Aaltje Dijkema (1878-1928) geboren in Rottum - trouwden in 1897 te Warffum. Zij vestigden zich in Rottum, waar Hiepke bakker werd. Na enkele jaren was Hiepke gedwongen te stoppen met zijn bakkerij omdat hij lupus kreeg, een chronische vorm van huidtuberculose. Hij vond werk in de landbouw. De kleine Jan groeide op als zoon van een keuterboer.Eén maand na Jan Boers vijftiende verjaardag - de Eerste Wereldoorlog was net begonnen -, 'toen de treinen vol jonge soldaten voorbijschoven over de Rodeschooler spoorlijn en toen de paarden gevorderd werden om dienst te doen in het leger', kreeg hij een aanstelling als kwekeling aan de Rijkskweekschool in de stad Groningen. Jan Boer zou zijn gehele loopbaan - van meester aan de lagere school te Ekamp tot gemeentelijk inspecteur van onderwijs van Groningen - in het onderwijs werkzaam blijven.Boer schreef zijn eerste gepubliceerde gedicht; 'Jong Wicht', op de boerderij bij Rottum. Het kwam in 1917 in het Tijdschrift Groningen te staan. Dit gedicht sloot goed aan bij de dichtstijl van die tijd, waarin de poëzie over het algemeen verhalend en 'licht-verteerbaar' was.

Maar hier lag Boers hart niet. Al snel ging hij over op het schrijven van stemmingsgedichten. Toen hij deze gedichten voor publicatie opstuurde naar de redactie van een tijdschrift, stuurde deze redactie de jeugdige lyriek weer terug met een briefje waarop stond vermeld: 'Zukswat zeggen goie Grunnegers nait.' Maar Boer hield vol en vanaf 1922 werd het werk van Boer met grote regelmaat opgenomen in het maandblad Groningen. Toch is het vooral door zijn moed zich te begeven op ‘on-Groningse’ literaire terreinen, dat deze Rottumer een vaste en zekere plaats heeft verdiend in de geschiedenis van de Groninger literatuur.Boer keerde na zijn jeugd niet terug naar het platteland om zich daar te vestigen. 'Ik mis er mens en dier (...) Als ik vroeger met m'n vader over het land liep en we zagen een auto, dan zei ik: "Pa, wat hebben die mensen het mooi. Daar komen wij nooit aan toe". Nu rij ik er zelf langs. En ik moet héél langzaam rijden om het gevoel weer terug te krijgen.Na een lang ziekbed overleed Jan Boer op 4 januari 1983 en verstilde - zoals Willem de Mèrode (1887-1939) Boer eens noemde - 'het zingend hart van Groningen'.